18 juni 2025

De krokodillentranen van Wiersma

Door zowel de minster als ook enkele Kamerleden wordt in emotionele hyperbolen gesproken over PAS-meldersprocedures. Met zelfs een minister die krokodillentranen plengt. Welk politiek spel wordt hier gespeeld?

Op 18 juni is weer een debat gevoerd over stikstofbeleid. Voor terugkijken, zie link. In dat debat kwam direct de brief aan de orde die namens MOB en vereniging Leefmilieu is ingebracht met een aanbod om nieuwe procedures tegen PAS-melders op te schorten als  – kort gezegd – nu eindelijk serieus werk wordt gemaakt van stikstofreductie conform de wettelijke doelstelling. Mobilisation en vereniging Leefmilieu zeggen consequent al jaren dat de procedures enkel worden gevoerd om het stikstofprobleem opgelost te krijgen. Dat met procedures wordt gestopt als het probleem is opgelost. Sterker nog, als het probleem is opgelost dan zijn de procedures kansloos. Hier is niks raar aan. Het is bovendien een zaak die ons allemaal raakt. Een gezonde natuur is een harde levensvoorwaarde voor iedereen. Voor de brief, zie link.

Op dat aanbod in de brief werd door enkele politici boos gereageerd. In het algemeen is het verstandig als emoties in een politiek debat worden gebracht om dan eerst te onderzoeken of hier wellicht valse emoties in het spel zijn.

Het is een fabel dat PAS-melders geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor de situatie waarin zij verkeren. 

PAS-melders zijn bedrijven. Bedrijven zijn zakelijke ondernemeningen. Bedrijven hebben bedrijfsadviseurs. De PAS-melders hebben in nagenoeg alle gevallen een PAS-melding ingediend via een bedrijfsadviseur. 

De bedrijfsadviseur hoort te weten waar hij/zij mee bezig is, mogelijke risicos’s te kennen en de opdrachtgever daar correct over te informeren. Ook ten tijde van het PAS (2015-2019) was stikstof uit de veehouderij een groot probleem. Dat is het al meer dan 40 jaar, en vooral in de veehouderijsector. Zie het artikel uit de Trouw uit 1993. Voor de bron, zie link. De bedrijfsadviseur hoort de bedrijfsvoerder te hebben verteld dat het PAS onderwerp is van beroep, en er een serieuze kans bestaat dat het PAS geen stand houdt bij de rechter. Dat was al direct bij de start van het PAS op 1 juli 2015 onderwerp van discussie. Zie link en link.

Als een vergunningaanvrager een bedrijfsuitbreiding realiseert voordat een rechter een uitspraak heeft gedaan over de rechtmatigheid van de verleende vergunning dan geldt dat dan is gebouwd voor eigen rekening en risico. Als het bedrijf is uitgebreid op basis van een vergunning die geen stand houdt bij de rechter dan is dat de verantwoordelijkheid van die ondernemer.

Er is geen serieus verschil met PAS-melders die niet hebben gewacht met de bedrijfsuitbreiding totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan over het PAS. Met het sneuvelen van het PAS zou ook de rechtsgrond van de melding vervallen.

Maar er is meer. PAS-melders zijn per definitie een bron van stikstofemissies. Anders hadden ze geen PAS-melding hoeven hebben indienen. Daarmee zijn ze deel van het probleem. En daarvoor dienen ook de PAS-meldersbedrijven hun verantwoordelijkheid te nemen.

Waar een minister in het politiek debat de PAS-melders elke eigen verantwoordelijkheid ontzegt en daarmee aanmoedigt in hun valse slachtofferschap en daarbij bovendien emotionele chantage pleegt, is sprake van vals spel. 

Bovendien geldt dat de PAS-melders nu al de derde golf illegale bedrijfsuitbreidingen zijn. De eerste golf was in de jaren tachtig, waarop de Interimwet Ammoniak en Veehouderij (1994) duizenden agrarische bedrijven legaliseerde. In een antwoord van de toenmalige regering in 1993 worden door de regering 4.800 illegale veehouderijbedrijven genoemd vanwege ammoniakemissies. Zie Tweede Kamer 1993-1994, kamerstuk 23221, nr 5.

De tweede golf illegale uitbreidingen vond plaats tussen 2005 en 2015, met opnieuw duizenden illegale uitgebreidingen, waarop het PAS werd bedacht om die illegale bedrijven te legaliseren. Zie het onderzoek van de Noordelijke Rekenkamer naar de illegale bedrijfsuitbreidingen in Friesland, Drenthe en Groningen onder de titel ‘Decentralisatie natuurbeleid: Noordelijke provincies aan zet’. Enkel in Drenthe worden al 1.000 illegale uitbreidingen genoemd. Dit zijn de zogenoemde ‘interimuitbreiders’ gaan heten, ambtelijk jargon voor illegalen.

De veehouders hebben een decennialange geschiedenis van grootschalige illegale uitbreidingen. De kwestie van de PAS-melders is geen incident maar onderdeel van een patroon in de veehouderijsector. Slachtofferschap? Flauwekul. Het werkelijke punt is dat afgerekend zal moeten worden met het pathologisch inroepen van slachtofferschap door de Haagse agrolobby.

Overigens is altijd namens Mobilisation en vereniging Leefmilieu gezegd dat wellicht voor een deel van de PAS-melders coulance mogelijk is, maar dan wel als onderdeel van een eindoplossing. Er is altijd speling gegeven mits serieus gewerkt wordt aan een oplossing waarbij alle betrokken partijen constructief en met wederzijds respect aan tafel zitten. Ophouden met politiek gemotiveerde emotionele chantage en werken aan de oplossing.

De enige belangrijke vraag is of er ja dan nee een serieus stikstofreductieprogramma komt in het meest veedichte land van Europa en ver daarbuiten. Maar hier ging het helemaal niet over omdat de minister bijna niks te melden had. Nog is niets gedaan aan de handel in productierechten in de veehouderijsector wat betekent dat de facto het megastallenbeleid c.q. schaalvergrotingsbeleid nog steeds overeind staat. Wat betekent dat de natuurlijke sanering vanwege stakende bedrijven wegens afwezigheid van bedrijfsopvolgers niet wordt benut. Ander punt: de uitkoopregeling is zo lek als een mandje omdat die niet wordt gecombineerd met generieke milieudoelen voor alle bedrijven. De wortel en de stok. Nu worden enkel vrijblijvend bedrijven uitgekocht die voor een deel sowieso om andere redenen zouden zijn gestopt. Er worden hiermee enkel peperdure wortels uitgedeeld op kosten van de belastingbetaler. Een verspilling van miljarden gemeenschapsgeld. Zie ook het NRC-artikel Hoe duur het kan zijn om een varkensboer uit te kopen. En het FTM-artikel Grootste varkensstal van Nederland maakt eigenaar twee keer schatrijk.

Het debat van 18 juni ging in essentie enkel over het al dan niet invoeren van een drempelwaarde, waarvan de minister bitter bleef volhouden dat het een rekenkundige ondergrens zou zijn. En hier lieten de kamerleden zich zand in de ogen strooien. Ze zongen bijna allemaal het gewenste BBB-liedje dat er een rekenkundige ondergrens zal zijn. Maar dat is nu juist hoogst onzeker. Als dan de wens bestaat om de vergunninggrens te wijzigen én je wil dit zeker en veilig doen, dan zal de weg van de drempelwaarde moeten worden gekozen.

Het discussiepunt is of voor een rekenkundige ondergrens een breed gedragen wetenschappelijke onderbouwing bestaat. Feit is dat de minister vaart op een advies van slechts één wetenschapper, waarbij er ook deskundigen zijn die hem tegenspreken. Dat kan je onmogelijk ‘breed gedragen’ noemen. Dat maakt de weg van de rekenkundige ondergrens hoogst risicovol, maar dat wisten de kamerleden niet onder woorden te brengen. Zorgvuldig bestuur betekent afscheid nemen van de rekenkundige ondergrens en uitsluitend een drempelwaarde overwegen. Een drempelwaarde heeft het zelfde resultaat, namelijk een hogere vergunninggrenswaarde maar dan als beleidskeuze. Aan die drempelwaarde zit automatisch een emissiereductieplicht vast, omdat dan compensatie moet worden geboden voor de vergunningvrij verklaarde stikstofemissies. En laat dan nu precies ook de wens van een Tweede Kamermeerderheid zijn: een combinatie van een hogere grenswaarde gekoppeld aan een geborgd reductieprogramma. Door zich te laten vangen in het rekenkundige ondergrensliedje hebben de kamerleden het zich onnodig moeilijk gemaakt.

En nu ze op dit spoor zitten zullen ze moeten vragen welke concrete technische en administratieve stappen nodig zijn om de rekengrens op te nemen in het aeriusmodel, inclusief tijdpad. Wanneer kan het op zijn vroegst? Ze zullen moeten vragen of het RIVM al is gevraagd om de opname van de rekengrens in aerius voor te bereiden. En wat het RIVM hierop heeft geantwoord. Ook zal gevraagd moeten worden wanneer de minister vindt dat voldoende is aangetoond dat de gewijzigde rekengrens kan worden ingevoerd. Is dat pas nadat de Raad van State uitspraak heeft gedaan? Zo nee, waarom niet. Zo ja, dan kan worden gevraagd of de minister kan bevestigen dat het onwaarschijnlijk is dat die uitspraak van de rechter binnen 6 maanden beschikbaar zal zijn. En tot slot kan worden gevraagd om de Kamer te informeren in welke rechtszaken de ondergrens zal worden ingebracht. Immers, rechtspraak is openbaar.

Tot slot: als Mobilisation en vereniging Leefmilieu niet in de afgelopen 20 jaar die honderden rechtszaken zou hebben gevoerd, dan zouden de problemen nu enkel nog groter zijn. En toch blijft een zeker kamerlid verdachtmakingen uitspreken over deze organisaties waarmee ze nog nooit een serieus gesprek heeft gevoerd, en zelfs ook weigert te voeren. De boodschapper de schuld geven van het slechte nieuws. Afwezige mensen in een debat aanvallen die zich niet direct kunnen verdedigen. Arm Nederland.

U kunt zich inschrijven voor een melding bij een nieuwe publicatie, gemiddeld eens per maand.

De krokodillentranen van Wiersma