26 juni 2026

Kwispelen over de plannen van minister Van Essen

Op 26 juni maakt landbouwminister Jaimi van Essen zijn stikstofplannen bekend. Ongeacht wat hij gaat zeggen staan drie punten vast. Eén: de maatregelen zijn onvoldoende concreet om er een goed oordeel over te vellen. Twee: boeren gaan weer boos doen, omdat ze altijd boos doen als er nieuwe regels worden aangekondigd. En drie, Vereniging Natuurmonumenten gaat weer kwispelen omdat ze altijd kwispelen, zoals ze ook kwispelden bij het Programma Aanpak Stikstof in 2015. 

Stikstof is voor 75% een landbouwkwestie, hoofdzakelijk veehouderij.

Nederland is al decennia het meest veedichte land van Europa en ver daarbuiten. 

Dat geeft meerdere problemen, waaronder de hoge stikstofneerslag op stikstofgevoelige natuur.  Daarom wordt al meer dan 40 jaar aan een stelsel van regels gewerkt. Tot omstreeks 2010 met redelijk effect, maar sindsdien is een hardnekkige impasse opgetreden.  

Het regelstelsel voor veehouderij is inmiddels een enorm beleidsbouwwerk geworden met – uiteraard overdrachtelijke bedoeld – vele zaaltjes, trappetjes en gangetjes. Bijvoorbeeld de Meststoffenwet (veerechten, veerechtenhandel en normen voor het uitrijden van mest) heeft een geheel eigen dynamiek, onafhankelijk van het natuurvergunningenbeleid (stikstofstofemissies op N2000-gebieden), maar beide regelstelsels hebben grote invloed op de veehouderijpraktijk en de stikstofemissies. Zo ook het (voormalige) Besluit Emissiearme Huisvesting (BEV, 2015, ammoniakemissienormen per dierplaats voor veehouderij) en de gemeentelijke bestemmingsplannen Buitengebied (waar krijgt veehouderij de ruimte). Dit lijstje kan nog langer worden gemaakt: dierenwelzijnsnormen, subsidieregelingen enz. En hierbij laten we de (vrije?) internationale marktdynamiek nog buiten beschouwing, deze laatst genoemde wellicht de meest bepalende factor in de veehouderijdynamiek.

Waarom dit lijstje? De effectiviteit van de maatregelen van dhr. Van Essen kunnen enkel op waarde worden beoordeeld als concreet wordt genoemd hoe wordt ingegrepen in het bestaande regelstelsel. En dat gaat dhr. Van essen op 26 juni niet bieden. Er zullen enkel vergezichten worden gegeven waar hij in 2030 en 2035 terecht hoopt te komen, op basis van wat algemene ideeën die bovendien al jaren de ronde doen.  

– Zones rond N2000-gebieden

Natuurlijk gaat gezegd worden dat in zones van x honderden meter direct rondom N2000-gebieden meer moet gebeuren dan daarbuiten, om de eenvoudige reden dat dat het meest effectief is. Maar het zal onduidelijk blijven hoe dat dan concreet moet gaan gebeuren. Er zal wat gezegd worden over een keuzemenu (het Trappetje van Remkes; innoveren, verplaatsen, beëindigen). Maar de concrete regelgeving zal ontbreken, en wordt over de schutting gegooid bij de provincies. 

– Melkveehouderij

Natuurlijk gaat gezegd worden dat de melkveehouderij (verreweg de grootste emissiebron binnen de veehouderij) extensiever moet gaan worden (norm voor grondgebondenheid). Maar hoe dan een sector – die zich immers decennia heeft gericht op intensiveren en turbokoeien – een U-bocht te laten maken in een internationaal concurrerende melkmarkt zal onduidelijk blijven. Ook dit zal over de schutting bij de provincies worden gegooid.

– Met belastinggeld smijten

En als derde zal met geld worden gesmeten, waarvan nu al kan worden voorspeld dat die geldstromen slecht controleerbaar worden. Met als grootste uitwas dat de grote jongens in de veehouderij met miljoenen euro’s belastinggeld naar Polen vertrekken om daar megastallen op te richten.

– Drempelwaarde

En er zal een drempelwaarde worden genoemd. Een depositiewaarde waaronder de vergunningplicht zal komen te vervallen. Voor de vierde keer zal met vuur worden gespeeld. Een herhaling van eerst het PAS-meldersdebacle (2015-2019), vervolgens de bouwvrijstellingdebacle (2021) en daarna de spookvergunningendebacle (positieve weigeringen, 2020 – 2024 ) waar met de Rendac-uitspraak van de Raad van State in 2024 een streep door kwam te staan. Driemaal werd gepoogd om vrijstellingen en/of drempelwaarden ingevoerd te krijgen, met als resultaat een steeds grotere groep illegale activiteiten. De mislukte rekenkundige ondergrens hoort ook in dit rijtje thuis. 

– De hoofdvraag, zie het essay De Stikstofimpasse

Vergezichten leveren geen emissiereductie op. Er is maar een hoofdvraag: hoe de emissies effectief omlaag krijgen met concrete maatregelen?

De stikstofimpasse is direct te herleiden tot de veerechtenhandel, mogelijk gemaakt door artikel 25 Meststoffenwet. Het stikstofprobleem zal niet effectief kunnen worden aangepakt zo lang artikel 25 van de Meststoffenwet niet wordt doorgestreept. Hierover is op 28 mei in Nieuwspoort het essay De Stikstofimpasse aangeboden aan leden van de Tweede Kamer. Zie link. Zie ook het opinie-artikel in de Volkskrant van 23 juni jl.

Bij die presentatie was ook minister Van Essen uitgenodigd. Hij heeft afgezegd, en ook geen vertegenwoordiger gestuurd. Trouwens, ook vereniging Natuurmonumenten – de werkelijke probleemeigenaar van de stikstofschade – heeft geen gebruik gemaakt van de uitnodiging. LTO daarentegen was wel present. De conclusie over deze merkwaardige feiten is aan de lezer.

In 2026 zal over de stikstofkwestie knopen moeten worden doorgehakt. Met deze ministersbrief van 26 juni is pas een eerste kaart op tafel gelegd in het politiek pokerspel van de post-Wiersmaperiode. Je kan deze brief van Van Essen op twee manieren duiden: het is beter dan Wiersma. Maar dan neem je Wiersma als referentie, en dan wint ze 100%. Of je beoordeelt het op wat nodig en effectief is. Dat is waar bestuur over hoort te gaan, en de maatlat op basis waarvan dit artikel is geschreven.

Tot slot wordt uw aandacht gevestigd op de actuele versie van het stikstofwoordenboek met 175 begrippen, zie link.

Wordt vervolgd.

U kunt zich inschrijven voor een melding bij een nieuwe publicatie, gemiddeld eens per maand.

Kwispelen over de plannen van minister Van Essen
Deel dit bericht: