25 juli 2026

Brabants intrekkingsbesluit 5 vergunningen: potje blufpoker

Boeren willen weer kabaal gaan maken, zo bericht onze pers. Directe aanleiding is een Brabants politieke voornemen om natuurvergunningen van vijf veebedrijven in te trekken. Minister van Essen steunt in eerste instantie dit idee (‘”ingrijpend, maar noodzakelijk“), maar lijkt vervolgens toch weer te gaan zwabberen (“alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen“). Wat is hier aan de hand? 

– Samenvatting: 

Het korte en politieke antwoord: een potje blufpoker. Een halfzachte poging om politieke ruimte te creëren voor emissiereductiemaatregelen. Het Brabantse bericht is weinig meer dan een loze dreiging om enkele vergunningen in te trekken, met de bedoeling druk te zetten op de agrarische sector. Een loze dreiging omdat er geen juridisch houdbaar besluit kan worden genomen. De boerenlobby weet dit best, maar houdt de schijn op dat het Brabantse bericht wel serieus is om hun achterban op te jutten. En dreigen weer kabaal te gaan maken. Daarmee moeten ze wel oppassen: kabaal maken is politiek en maatschappelijk beperkt inzetbaar en zal daarom gedoseerd moeten worden. Het geheel samengepakt: een schimmengevecht over gebakken lucht.

– Waar gaat het over?

Op mijn initiatief zijn in 2023 een 40-tal verzoeken om intrekking van vergunningen ingediend van piekbelasters (bedrijven op korte afstand van N2000-gebieden) bij 4 provincies: Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Gelderland. Zie het persbericht van 28 maart 2023 en het NRC-artikel van 29 maart 2023 ‘Milieugroepen eisen aanpak piekbelasters’.

Van deze 4 provincies was Noord-Brabant de eerste om op die verzoeken om intrekking een – afwijzend – besluit te nemen. Vervolgens was ook de rechtbank Oost-Brabant de eerste om 16 april 2025 op het beroep tegen die weigering uitspraak te doen. Voor de goede orde: in die Brabantse beroepen trad dhr. Van Hoof op van Het Groene Schild, die in meer belangrijke stikstofzaken optreedt. Waaronder de PAS-uitspraak van 2019 namens werkgroep Behoud de Peel, en de nu nog lopende Schipholzaak. Via Wösten juridisch advies lopen de Limburgse en Overijsselse intrekkingsprocedures namens vereniging Leefmilieu.

De rechtbank Oost-Brabant vernietigde de weigeringsbesluiten van het provinciebestuur omdat onvoldoende wordt gedaan om de achteruitgang van natuur te stoppen. Voor de uitspraak, zie ECLI:NL:RBOBR:2025:2332. Met die uitspraak deed de rechtbank ook de oproep aan de betrokken partijen om in gesprek te gaan om een uitweg te zoeken.

Van die gesprekken konden geen wonderen worden verwacht. De betrokken veebedrijven zijn hoofdzakelijk intensieve veehouderij, en daarbij is nauwelijks nog emissiereductie mogelijk. Voor zover emissiereductietechniek bestaat, worden die in de intensieve veehouderij (varkens en kippen in gesloten stalsystemen) al meer dan 20 jaar toegepast. Probleem hierbij is dat de effectiviteit van die toegepaste technieken fors tegenvallen, zo hebben rechters in een serie eerdere uitspraken moeten vaststellen. De enige optie voor emissiereductie die dan nog overblijft is het beperken van het aantal dieren, en die stap wilden de veehouders niet zetten. Kortom, de gesprekken liepen vast.

Vervolgens bleef het een poosje stil, totdat het Brabantse provinciebestuur 17 juli plotseling liet weten dat van 5 bedrijven de vergunning te willen intrekken, zie link. Let wel: dit is enkel een aankondiging. Er Is nog geen echt besluit. Er wordt een datum van 1 oktober genoemd, en dan enkel nog voor een ontwerpbesluit. Enkele dagen na dit Brabantse bericht van 17 juli komt minister Van Essen vervolgens zeggen “alles op alles zetten om intrekkingsbesluiten te voorkomen“. Dit roept vragen op, die in de media niet worden gesteld, laat staan beantwoord. Het kabaal mist noodzakelijke context.

Om vergunningen te kunnen verlenen is vergunningenbeleid nodig. De reden hiervoor is simpel. Het moet voor burgers en bedrijven op voorhand duidelijk zijn wanneer wel en niet door een openbaar bestuur een aangevraagde vergunning kan worden verleend. Vergelijk dit met de de aanvraag van parkeervergunningen. Burgers moeten van te voren kunnen weten wat ze van een openbaar bestuur kunnen verwachten. 

Voor het intrekken van vergunningen is dat niet anders. Van te voren moet duidelijk zijn wanneer een vergunning kan worden ingetrokken. Bijvoorbeeld in geval van stikstof door een emissie- en depositiecriterium te stellen voor een concreet N2000-gebied waarboven intrekking van een vergunning aan de orde kan zijn. Dat zal gecombineerd moeten worden met een deskundige beschrijving van de achteruitgang van dat betrokken N2000-gebied als onderbouwing waarom intrekking nodig is. Ook zal altijd een redelijke  termijn moeten worden gegund voor de betrokken bedrijven om zich te kunnen voorbereiden. Intrekken van een vergunning betekent het staken van de vergunde activiteiten. Dat is een vergaande stap. Dit kan en mag het openbaar bestuur doen, mits zorgvuldig, met een goed onderbouwd verhaal. Intrekkingsbeleid opstellen kost tijd, waarbij ook provinciale staten zullen moeten worden betrokken. Zoiets wordt zeker niet in een paar maanden in elkaar gezet.

Het belangrijke nieuws in dit artikel: er is geen Brabants intrekkingsbeleid. Er is zelfs nog geen begin gemaakt. Als het aangekondigde Brabantse intrekkingsbesluit ergens volgend jaar al zou worden genomen, dan is het reddeloos verloren als het aan de rechter wordt voorgelegd. En dat weten het provinciebestuur en de minister donders goed. Conclusie: hier wordt van de zijde van het openbaar bestuur een potje blufpoker gespeeld. En de pers laat zich voor dit karretje spannen.

– En de boerenlobby?

De boerenlobby heeft na de PAS-uitspraak van 2019 nog maar één politieke formule beschikbaar: kabaal maken op basis van de slachtoffermythe. Als die slachtoffermythe wordt doorgeprikt dan is het gedaan met hun lobbykracht. Over de slachtoffermythe schreef ik al vaker. Zie de artikele  De-krokodilletranen-van-wiersma en Radicaal-egoistische-agrolobby-en-het-veegbesluit/

In de politieke praktijk heeft de landbouwlobby al heel lang politieke touwtjes in handen gehad. Dhr. Koopmans, de huidige LTO-voorzitter, is als Tweede Kamerlid de politiek architect van het PAS geweest, en is daar – vreemd genoeg – tot nu toe nooit op afgerekend. Mw. Wiersma, de vorige minister van Landbouw, is een directe afvaardiging van de agrarische sector geweest in het kabinet Schoof. De lijst is lang te maken. De veehouderij als slachtoffer van overheidsbeleid is een fabel.

En, is Schiphol dan ook slachtoffer van overheidsbeleid? Tatasteel? De NAM met de Groningse gaswinning? De gezamenlijke Nederlandse veehouderij is verreweg de grootste bron van stikstofemissie, en houdt het land daarmee al jaren in gijzeling. Wat het direct gevolg is van de extreme Nederlandse veedichtheid.

Deze situatie heeft mede kunnen ontstaan omdat de agrolobby het agrobeleid van de afgelopen decennia sterk bepaalde. Een mooie opdracht voor journalisten om deze politieke geschiedenis in kaart te brengen?

Terug naar het Brabantse intrekkingsbesluit. Op de aankondiging van een intrekkingsbesluit, die – indien ergens volgend jaar daadwerkelijk genomen – bij de rechter roemloos ten onder zal gaan, wordt nu met boerenkabaal gedreigd. Tweede Kamervragen, provinciale staten eerder terug van reces, enz.

Binnen de sector is met zekerheid bekend dat een intrekkingsbesluit zonder intrekkingsbeleid bij de rechter zal sneuvelen. De agariërs zullen die kennis niet direct paraat hebben, maar zeker wel bij de sturende partijen op de achtergrond. LTO, ZLTO en alles wat daarachter schuil gaat. Dit betekent dat de betrokken bedrijven voorlopig niets te vrezen hebben. Het Brabantse bericht wordt enkel gebruikt om de achterban op te jutten. 

kortom, een schimmenspel over de mogelijkheid dat vergunningen kunnen worden ingetrokken. Zo lang serieus intrekkingsbeleid ontbreekt gaan intrekkingsbesluiten sneuvelen bij de rechter. Er is geen enkel signaal dat alsnog iintrekkingsbeleid gemaakt zal worden. Dat maakt het boerenkabaal kabaal over gebakken lucht. En de pers, die laat zich ook hier weer voor dit karretje spannen. Kan je nog bij de pers terecht voor duiding en analyse?

– Raad van State: prejudiciële vragen over beperken vergunningen?

Ondertussen gebeuren er ook belangrijker dingen. De Raad van State zal op 27 oktober een rechtszitting houden over mogelijke prejudiciële vragen in verband met de Rendac-uitspraak. Voor een toerlichting op de Rendac-uitspraak en de betekenis van prejudiciële vragen, zie www.stikstofwoordenboek.nl.

De Rendac-uitspraak heeft een direct verband met het Brabantse intrekkingsvoornemen. Beide kwesties draaien om dezelfde vraag: van wie is een verleende vergunning, en wanneer kan of moet het bevoegd gezag inbreuk maken op een eerder verleende vergunning? In geval van de Rendac-rechtspraak gaat dit over de vergunningplicht in geval van intern salderen en de daarbij geldende additionaliteitstoets. Met die begrippen speelt ook de vraag of inbreuk kan en/of moet worden gemaakt in eerder vergunde activiteiten. Voor deze begrippen, zie opnieuw www.stikstofwoordenboek.nl

Vergunningen zijn en blijven altijd instrumenten van het openbaar bestuur, en kunnen niet worden geclaimd als eigendom van een vergunninghouder. De vergunninghouder kan de vergunning niet in zijn kluis leggen, en zeggen: “die is van mij, en daar moet iedereen van afblijven”. Het is een voorwaardelijke toestemming van het openbaar bestuur voor een concrete activiteit. Enkel geldt dat het hebben van een vergunning een vorm van rechtsbescherming geeft: een vergunning mag niet willekeurig worden ingetrokken. Als dan wordt ingegrepen in verleende vergunningen, dan moet dat zorgvuldig en onderbouwd gedaan worden. 

Over het ingrijpen in bestaande vergunningen zou een gezonde politieke discussie gevoerd moeten worden, zonder jammeren en dreigen. Tot nu toe verzuimt de politiek om deze discussie op een serieus niveau te voeren, met als gevolg dat rechters dan weer de rommel van de politiek moet opruimen. Of zijn er voor stikstof toch ook nog serieuze politici in dit land?

Voor wie het is ontgaan: mijn recente essay ‘De Stikstofimpasse’ gaat in essentie over het zelfde thema. Ook bij de handel in veeproductierechten op basis van artikel 25 van de Meststoffenwet speelt de noodzaak om te kunnen ingrijpen in de vergunde productieruimte. Daarvoor zal wel eerst artikel 25 Msw moeten worden geschrapt, die handel in productierecht toelaat. Anders dan het Brabantse bericht zou deze maatregel wel zoden aan de dijk zetten. Voor het essay, zie link. Voor de haastige lezer, zie het opinie-artikel in de Volkskrant van 23 juni 2026, zie link.

Wordt vervolgd.

U kunt zich inschrijven voor een melding bij een nieuwe publicatie, gemiddeld eens per maand.

Brabants intrekkingsbesluit 5 vergunningen: potje blufpoker
Deel dit bericht: