16 oktober 2026

27 oktober 10 uur, rechtszitting Raad van State; minister van Natuur speelt met vuur

In het hoger beroep over de natuurvergunning van Schiphol komt bij de Raad van State op 27 oktober een openbare rechtszitting over een fundamentele vraag. Moeten de minister en provinciebestuur kunnen ingrijpen in eerder verleende natuurvergunningen als de natuur achteruit holt?

Nee !, roept Van Essen, onze minister van Natuur in deze brief aan de rechter. Waarmee hij lijnrecht ingaat tegen de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die in een serie uitspraken vanaf 2019 heeft gezegd dat de minister wél kan – en soms ook moet – ingrijpen in eerder verleende vergunningen. 

Dit is een fundamenteel twistpunt met grote gevolgen. Niet ingrijpen in bestaande vergunningen betekent feitelijk het opgeven van de natuuropgave. Uit herhaald onderzoek volgt dat zonder ingrijpen in bestaande vergunningen de natuuropgave onhaalbaar is. Er zijn doodeenvoudig veel te veel vergunningen uitgedeeld, met name voor veehouderij. De noodzaak van het snijden in vergunningrechten is al sinds minister Schouten de spreekwoordelijke olifant in de kamer. Zie hierover ook mijn essay ‘De Stikstofimpasse’, eerder dit jaar, aangeboden in Nieuwspoort aan Tweede Kamerleden. Of het opinie-artikel in het Eindhovens Dagblad van 14 augustus 2026 over het Brabantse voornemen om enkele natuurvergunningen van veehouderijbedrijven in te trekken. 

Hieronder ligt een veel breder politiek-maatschappelijk conflict. Wij hebben laten gebeuren dat onze overheid in de afgelopen 75 jaar meer toeliet dan verantwoord is. Bijvoorbeeld met Pfas, of microplastics, en asbest, of het toerisme inclusief het aantal vliegtuigen op Schiphol die het leven van tienduizenden omwonenden verziekt. Veel zit klem, wat ingrijpen noodzakelijk maakt. Wat niet of nauwelijks gebeurt. Of onhandig. In ieder geval zwaar onvoldoende. Gevaarlijk onvoldoende. En we houden elkaar voor de gek door te blijven geloven in milieusprookjes.

Smoezen en sprookjes

Het bijzondere van de stikstofkwestie is dat er een Europese natuuropgave ligt, wat de ruimte voor smoezen en sprookjes in de stikstofkwestie flink beperkt. Maar naarmate die smoezentrommel leger wordt, neemt het gedrag van de minister wel steeds gevaarlijker vormen aan. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. En dat zien we 27 oktober gebeuren.

Illustratie Wouter Tulp

Vertaald naar het juridische verhaal draait het om de zogeheten additionaliteitstoets in het kader van natuurvergunningverlening. Die toets houdt onderzoek in naar de mogelijke noodzaak om mitigerende maatregelen (lees: eerder vergunde rechten of saldeerruimte) in te zetten als bronmaatregel om stikstofemissie te reduceren. Kortom, eerder vergunde emissieruimte beperken ten gunste van de natuuropgave. Dit is dan per geval door de minister of provinciebestuur te beoordelen.

Wat wordt 27 oktober behandeld?

Op 27 oktober wordt de vraag behandeld of de additionaliteitstoets volgt uit de rechtspraak van het EU Hof van Justitie. En zo nee, of daarover (prejudiciële) vragen gesteld moeten worden aan de Europese rechter.

De Raad van State heeft op 18 december 2024 een uitspraak gedaan in de Rendac-zaak (ECLI:NL:RVS:2024:4923), waarin is geoordeeld dat de additionaliteitstoets ook betrekking heeft op de eerder verleende vergunningen. Voor dat oordeel wordt verwezen naar rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Voor wie daar in wil duiken: de punten 123-124 van het PAS-arrest (ECLI:EU:C:2018:882), in combinatie met het Aqua Pri-arrest (ECLI:EU:C:2022:864) en het Eco Advocacy-arrest (ECLI:EU:C:2023:477). Juridisch microlezen waarvoor basiskennis is vereist. Zie ook www.stikstofwoordenboek.nl

De Raad van State noemt de Rendac-uitspraak een correctie op eerdere Afdelingsrechtspraak, meer precies de Logtsebaan-uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:71) waarin de additionaliteitstoets nog was beperkt tot de wijziging van het project. Alle bedrijfsonderdelen die in de vergunningaanvraag ongewijzigd bleven konden in de natuureffectbeoordeling toen buiten beschouwing blijven. Voorbeeld uit de Schipholzaak: als de vergunningaanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van 480.000 naar 500.000 vliegtuigbewegingen (per jaar), dan hoefde onder de oude rechtspraak enkel de toename van 20.000 bewegingen beoordeeld te worden, en niet ook het eerder vergunde aantal van 480.000 bewegingen.

Het maakt uiteraard een wereld van verschil of de natuureffectbeoordeling beperkt blijft tot 20.000 bewegingen of dat alle 500.000 bewegingen onder de loep worden genomen. Met de Rendac-uitspraak van 18 december 2024 oordeelt de Raad van State dat de volledige bedrijfsvoering in de natuurbeoordeling moeten worden betrokken, en dus niet enkel de wijziging.

Nee, zegt dus de minister in de Schipholzaak. Hij wil enkel die 20.000 bewegingen beoordelen. En verzet zich met alle mogelijke middelen tegen een meer complete natuurbeoordeling. Het zal duidelijk zijn wie dan de rekening betaalt. Veel blijft dan bij het oude, de problemen worden niet aangepakt en de natuurschade blijft voortwoekeren. Voor het blussen van een brand heeft de brandweer een brandweerslang nodig. Voor het aanpakken van de stikstofschade moet de minister van natuur ook kunnen ingrijpen bij bestaande vergunningen. Een brandweerman zonder brandweerslang kan geen brand blussen. Een minister van natuur zonder bevoegdheid om in bestaande natuurvergunningen in te grijpen, staat met lege handen. Brandweerman Van Essen weigert dienst. Of hij snapt er niets van. In beide gevallen is het gevolg identiek. 

Dit zoveelste geitenpaadje loopt ditmaal met een enorme omweg via de Europese rechter in Luxemburg. De minister wil dat aan de Europese rechter gevraagd wordt of een natuurbeoordeling beperkt kan blijven tot enkel de bedrijfswijziging. Op de 27 oktober-zitting zullen de argumenten pro en contra een nieuwe procedure bij de Europese rechter besproken worden. Hierin heeft de Raad van State uiteindelijk het laatste woord, en de minister zal zich moeten voegen naar dat oordeel. Er staat veel op het spel. Met uitzondering van de reputatie van minister Van Essen. Die is met zijn standpunt in deze zaak nu al reddeloos verloren.

Hoger beroep Greenpeace-zaak

Dat deze minister de problemen niet gaat oplossen blijkt ook uit andere punten. In de Greenpeace-rechtszaak vervolgt Van Essen de Wiersma-koers door het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak van januari 2025 voort te zetten. Deze zaak komt medio maart 2027 op zitting. Ter herinnering: de rechtbank Den Haag oordeelde in januari 2025 dat in 2030 minimaal 50% van de Nederlandse stikstofgevoelige natuurwaarden onder een veilig stikstofniveau gebracht moet worden. Dit rechtbankoordeel was een Salomonsoordeel over wat enerzijds ecologisch nodig en anderzijds reëel uitvoerbaar is. Het staat vast dat veel meer nodig, zo blijkt uit tal van ecologische onderzoeken.

Deze minister had ook kunnen – moeten – breken met de sloopkoers van zijn voorganger en zich conformeren aan het oordeel van de rechtbank over wat minimaal noodzakelijk en haalbaar is. Maar nee, deze minister wil kennelijk zelfs niet het minimaal noodzakelijke / haalbare doen.

Doelsturing: een sprookjeskasteel

En dan hebben we nog die juni-brief van dit jaar aan de Tweede Kamer. Blijkbaar heeft deze minister torenhoge verwachtingen van doelsturing. Het is hier al vaker betoogd: doelsturing is het volgende sprookjeskasteel. Zie o.a. www.w-ja.nl. Doelsturing drijft ten eerste op een serie onbewezen milieutechnische beloften die ten tweede juridisch slecht afrekenbaar zijn en ten derde haaks staan op de economische bedrijfsvoering in de agrarische sector. Zou het heus dat een melkveehouderijsector die tientallen jaren heeft ingezet op turbokoeien nu plotseling een U-bocht maakt naar biokoeien? Doelsturing zal best wat kunnen opleveren, maar zeker onvoldoende voor wat nodig is. Reden waarom complementair ingrijpen in bestaande vergunningen een noodzakelijke maatregel is.

Rotterdamse konijnen

In deze oktober-herfstdagen maakten Van Essen en de provincie Zuid-Holland het plan bekend om een sprong konijnen los te laten in de Hollandse duinen om daarmee de Rotterdamse haven te kunnen laten uitbreiden. Wat belachelijk klinkt dat is het vaak ook.

Ten eerste zijn konijnen indicatieve soorten in duinhabitats. Dat betekent dat ze thuis horen in gezonde duinnatuur. Als er weinig duinkonijnen rondhuppelen dan is dat een teken dat er iets stevig mis is met de duinnatuur. Die konijnen verdienen dus zeker aandacht, maar gebruik ze niet als smoes worden om de Rotterdamse haven te laten uitbreiden. Ten tweede is er een oorzaak waarom er weinig duinkonijnen in onze Hollandse duinen leven. Al decennia heersen konijnenziekten waaronder de beruchte myxomatose (konijnenpest). De minister lijkt op weg om van de duinkonijnen het volgende korhoenderfiasco te maken: een technisch forceren van een populatie, die autonoom onvoldoende levensvatbaar is.

Maar het belangrijkste punt is dit: deze huppeldieren doen niets aan de oorzaak van de stikstofschade. Met konijnen slepen als stikstofmaatregel is als water naar de zee dragen. Een fanatieke media-adviseur heeft de minister ingefluisterd dat konijnen het leuk kunnen doen in de media. En jawel: onze ‘kritische’ media gaan kritiekloos mee in deze publiciteitsstunt. Vrijwel niemand die serieuze vragen stelt. Onder andere Nieuwsuur geeft Van Essen vrij podium voor dit reclamepraatje. Waarmee natuur wordt gereduceerd tot poppenkast.

Deze minister toont zich tot nu toe de voortzetting van de Wiersma-koers. Waarmee hij dan toch nog een dikke voldoende verdient … voor beleidscontinuïteit.

Wordt vervolg op 27 oktober, 10 uur bij de Raad van State. De rest is voorlopig poppenkast.

U kunt zich inschrijven voor een melding bij een nieuwe publicatie, gemiddeld eens per maand.

27 oktober 10 uur, rechtszitting Raad van State; minister van Natuur speelt met vuur
Deel dit bericht: