12 maart 2021

Stikstofalarm, deel II (het luchtkasteel)

Rechter legt opnieuw bom onder stikstofbeleid minister Schouten. Nieuwe uitbreidingen veehouderij vrijwel onmogelijk geworden, en daarmee ook een verdere intensivering van de veehouderij.

Vrijdag 12 maart is door de rechtbank van Noord Nederland de uitspraak gedaan in het beroep van Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu tegen een natuurvergunningbesluit van de provincie Friesland. Het gevolg van de uitspraak is dat vrijwel geen nieuwe uitbreidingen van veehouderijbedrijven meer kunnen worden toegestaan, en verdere intensivering van de veehouderij niet meer mogelijk is.

Door het Friese provinciebestuur was een natuurvergunning verleend voor de uitbreiding van een melkveebedrijf. De landsadvocaat stelde namens het provinciebestuur dat de stikstofemissies niet toenemen ondanks dat meer dieren worden gehouden. Het toepassen van stalemissiereductietechnieken zou de emissietoename door het houden van meer dieren compenseren.

In Nederland mogen enkel nog natuurvergunningen voor nieuwe veestallen worden verleend als emissiereductietechnieken worden toegepast. Dit is bij wet geregeld in het Besluit Emissiearme huisvesting en de Regeling Ammoniak en Veehouderij. In de praktijk wordt het bouwen van een nieuwe stal altijd gecombineerd met het houden van meer dieren. Het strijdpunt is nu: is voldoende aangetoond dat de extra emissie door het houden van meer dieren wordt gecompenseerd door de staltechniek? Anders gezegd: klopt de stikstofrekensom?

Onder deskundigen bestaat al lange tijd grote twijfels over de effectiviteit van de stalemissiereductietechnieken in de veehouderij. In 2018 publiceerde de Wageningen Universiteit (WUR) een onderzoek naar de werking van luchtwassers (zie tabel 5, 5e kolom). In oktober 2019 publiceerde het CBS de resultaten van een onderzoek op basis van 90.000 mestmonsters naar de effectiviteit van de emissiereductietechieken van veestallen. In beide onderzoeken moest worden geconcludeerd dat ernstige twijfels bestaan over de werking van emissiereductietechniek in veestallen.

De Friese natuurvergunning waar de rechtszaak over ging betreft een melkveehouderij. De in de melkveehouderij veel toegepaste milieutechniek is een zogenaamd mestschuifsysteem in combinatie met een speciaal ontwikkelde stalvloer, met de bedoeling om de drijfmest zo snel mogelijk af te voeren naar een mestkelder. De stalbouwbedrijven zeggen dat met die techniek grote emissiewinst kan worden gerealiseerd. Het is is nauwelijks te geloven, maar echt waar: door vergunningverleners wordt nooit gecontroleerd of de geclaimde emissiereductie ook werkelijk optreedt. Onder melkveehouders worden die vloeren ook wel ‘tovervloeren’ genoemd.

De minister van LNV en het Friese provinciebestuur hebben tot nu toe volgehouden dat ondanks de twijfels over de toegepaste emissiereductietechniek in veestallen de vergunningverlening gewoon door kon gaan. Dit is in strijd met de wet die eist dat enkel nieuwe vergunningen kunnen worden verleend als ‘geen redelijke twijfels’ bestaan dat de stikstofdeposities niet toenemen. Het kan daarom geen verrassing zijn dat de Rechtbank de Friese vergunningbesluit heeft vernietigd. Het gevolg van de uitspraak is dat vrijwel geen vergunning meer kan worden verleend voor veehouderij waarbij een beroep wordt gedaan op emissiereductietechniek.

De uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland is bovendien geen verrassing omdat in februari van dit jaar ook de Rechtbank Gelderland al haar twijfels had uitgesproken over de toegepaste milieutechniek in veehouderijstallen. Zie de uitspraak van de Rechtbank Gelderland. En ook de Raad van State noemde in de PAS-uitspraak van 29 mei 2019 al dat beter gekeken moest worden naar de in de veehouderij toegepaste milieutechniek. Zie rechtsoverweging 39.5.

In ‘Stikstofalarm deel I‘ van 11 maart is geschreven dat het geloof van onze regering in milieutechniek een luchtkasteel is. Het geeft de regering een – vals – alibi om noodzakelijke keuzes uit de weg te gaan. Te veel Tweede Kamerleden leven met de ijdele hoop dat nieuwe technieken de problemen zullen oplossen.

De inzet van milietechniek is niet alleen omstreden omdat de milieuwinst onzeker is. De regering laat bovendien toe dat de vermeende milieuwinst door de inzet van milieutechnieken volledig mag worden ingezet voor het houden van meer dieren. Het zogenaamde ‘opvullen’. Het bedrijf mag op basis van een onzekere milieuwinstrekensom nieuwe emissies veroorzaken door het houden van meer dieren. Zelfs hoeft van de vermeende milieuwinst door de toepaste milieutechniek niets te worden ingeleverd ten gunste van de natuur. Dit is erger dan dweilen met de kraan open: dit is als hard wegrennen nadat de waterleiding is gesprongen.

Op drie punten is onverbiddelijk verandering noodzakelijk in het stikstofreductiebeleid: 1. Er moet worden afgerekend met de irreële verwachtingen van milieutechnologie in de veehouderij (inclusief mestverwerking). 2. Dat geldt eveneens voor de onjuiste verwachtingen van natuurherstelmaatregelen (beter woord: uitstel- of overbruggingsmaatregelen). 3. Er moet onderzoek worden gedaan naar de de ernst van de natuurschade door stikstof. Zonder die kennis is elk beleid op drijfzand gebaseerd.

Naarmate langer wordt gewacht met het voldoen aan deze voorwaarden zal het Nederlandse stikstofspook ook langer blijven ronddwalen. Stikstof mag dan onzichtbaar zijn: het manifesteert zich steeds nadrukkelijker.

Stikstofalarm, deel II (het luchtkasteel)