Zes jaar na de PAS-uitspraak is de aandacht voor stikstof serieus verslapt. Plichtmatig staat stikstof nog op de agenda, maar de kennis en ambitie is bij velen weggezakt. Laat dat nu precies zijn waar LTO politiek garen bij spint. De boerenlobby is achter de schermen hyperactief geweest, met een klinkend resultaat: het complete LTO-verhaal staat in het coalitie-akkoord. De achterliggende strategie is simpel. De politieke agenda domineren en daarmee zo lang mogelijk de aandacht afleiden van serieus ingrijpen in de veehouderijsector.
<========================>
Samenvatting
Het stikstofprobleem is voor een belangrijk deel simpel en goedkoop oplosbaar, zelfs zonder dwang. Om de ernorme omvang van de Nederlandse veestapel in de hand te houden zijn ca. dertig jaar geleden dierrechten (productierechten) ingevoerd om varkens, kippen en melkvee te mogen houden. In de afgelopen 20 jaar halveerde het aantal veebedrijven terwijl het aantal dieren toch vrijwel gelijk bleef. Oorzaak: de dierrechten zijn verhandelbaar gemaakt. Als een bedrijf stopt dan neemt een buurman de dierproductie over. En dat is vreemd. Zet voorlopig een streep door die productiehandel, inclusief de latente rechten. Schrap het productierecht als een veebedrijf stopt. Dit is een redelijke maatregel omdat die rechten vaak gratis zijn verkregen. Het mooie hierbij is bovendien dat geen dwang nodig is. Deze maatregel bespaart de belastingbetaler vele miljarden Euro’s. Een inkoppertje. Verbazingwekkend dat Natuurmonumenten, IPO, D66 en VVD dit punt tot nu toe nooit serieus op de agenda hebben gezet.
Wie de politieke agenda bepaalt heeft vaak al half gewonnen. De agrarische lobbygroep LTO (Land- en Tuinbouworganisatie) en BBB zetten daarom alles op het spel om de stikstofagenda te kunnen blijven domineren. Met recent een onwaarschijnlijk super succes: LTO kreeg gedaan om hun stikstofverhaal in het coalitie-akkoord opgenomen te krijgen.
Dit is vooral mogelijk geweest doordat bij andere partijen de aandacht compleet is verslapt. Blijkbaar murw gebeukt door het sloopwerk van BBB-minister Wiersma. LTO zag direct de kansen, dumpte als eerste eind 2024 zijn oude politieke ‘vrienden’ (Natuurmonumenten en VNO / NCW), liep over naar het IPO (samenwerkende provinciebesturen, zwaar gedomineerd door BBB-bestuurders), stelde met het IPO een actielijstje op (titel: Bouwstenen), kreeg vervolgens gedaan om dat actielijstje integraal in het CDA-verkiezingsprogramma opgenomen te krijgen. Dat pakte allemaal goed uit: het CDA werd coalitiepartner, en organiseerde dat dit actielijstje in het regeerakkoord werd overgenomen. Scoren! LTO, de wolf in schaapskleren. In vergelijking met BBB-sloopminister Wiersma ogenschijnlijk een redelijk alternatief. In werkelijkheid voeren ze de zelfde politieke agenda.
Het LTO-actielijstje is een directe voortzetting van de Wiersma-agenda. In de eerste plaats het uitstellen en afzwakken emissiereductiedoelen. Het emissiereductiedoel voor 2030 weten ze van 50% naar 40% en nu naar 23-25% omlaag getrokken te krijgen. Als tweede en derde punt het in diskrediet brengen van zowel het Aerius-rekenmodel en de KD-waarden. Als vierde punt hoog inzetten op een onbewezen vertrouwen in doelsturing, milieutechniek en veevoerregels, zodat de noodzaak van veestapelkrimp op de lange baan wordt geschoven. De agenda domineren en overspoelen met ruis en non-punten, zodat het debat niet over serieuze oplossingen gaat. Waaronder het schrappen van de productiehandel als logische, redelijke en goedkope maatregel.
Het regeren moet nog beginnen. En de regering heeft ongewijzigd ook te maken met de werkelijkheid, samen te vatten in 4 punten: verslechtering van natuur, additionaliteit, de Greenpeace-uitspraak en de realiteit rond doelsturing. Dit gaat onvermijdelijk snoeihard botsen met het LTO-lijstje. De echte vraag is nu: wie is de baas in Nederland, LTO of de regering?
<======================>
In 2024 is bij de LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie) een nieuwe voorzitter geïnstalleerd. Een oude bekende, de heer Ger Koopmans. In zijn CDA-Tweede Kamerperiode (2002-2012) politiek architect van het PAS (Programma Aanpak Stikstof). Dat CDA-lidmaatschap, daar kom ik later nog op. Maar eerst even over zijn medeverantwoordelijkheid voor de totstandkoming van het PAS.
De hoofdrolspelers in het PAS-besluit hebben nooit serieuze politieke verantwoording hoeven afleggen. Ook de heer Koopmans niet. Terwijl de schade, minstens tientallen miljarden euro’s, toch groot genoeg is, zie NOS link. Opmerkelijk citaat uit het Volkskrant interview met de heer Koopmans van 30 oktober 2024: ‘Het PAS was buitengewoon succesvol.’ En uit het FTM-profiel van 11 mei 2024: ‘liegen en toneelspelen hoort bij de politiek’. Waarom laten we nog toe dat de hoofdrolspelers in het PAS-debacle nu weer een belangrijke rol kunnen pakken, na alle schade die is veroorzaakt? Dit is als de inbreker die bij de politie mag gaan werken zonder zijn straf te hebben uitgezeten.
LTO is de landelijke boerenbelangen-organisatie van de landbouw en veehouderij. De agrarische sector is verantwoordelijk voor 75 % van de binnenlandse stikstofdeposities op de N2000-gebieden.1 2 Let op: depositie, en niet emissie.3 Het grote depositie-aandeel van de landbouw is eenvoudig verklaarbaar door het simpele feit dat de veehouderijbronnen in veel gevallen op korte afstand van natuurgebieden liggen.

Andere partijen, waaronder vereniging Natuurmonumenten, zouden heel goed hun vingers moeten hebben tellen voordat ze LTO een hand gaven.
Vereniging Natuurmonumenten in het pak genaaid
Het opmerkelijke politieke succes van LTO is vooral mogelijk geworden door de afwezigheid van politiek tegenspel. Dit politieke tegenspel zou in de eerste plaats verwacht mogen worden van vereniging Natuurmomenten. Deze organisatie – ca. 800.000 leden – is de echte probleemeigenaar. Hun natuurgebieden gaan naar de gallemiezen door stikstof. En stikstof is bovendien niet het enige wat speelt. Ook het grondwaterpeil geeft tegenstellingen omdat natuur vaak een hoger waterpeil nodig heeft dan veel boeren willen accepteren. Daarnaast is ook drift (verwaaiing) van bestrijdingsmiddelen richting natuur een serieus punt van zorg.
Tot 2024 trokken vereniging Natuurmonumenten politiek samen op met LTO, VNO/NCW en Bouwend Nederland in het stikstofverhaal. Op zich prima, praat met elkaar. Maar tel wel eerst je vingers. Tot de zomer van 2024 was aanschurken tegen vereniging Natuurmonumenten voor LTO de beste positie om politiek geloofwaardig te blijven als ‘constructieve’ partij. Mee bewegen met het politiek klimaat toen stikstof ieders aandacht had. En dat bleek goed gezien: een gedeelde handtekening met Natuurmomenten versterkt de geloofwaardigheid van LTO. Maar dan moet dan wel wat tegenover staan. Echter, Natuurmonumenten zette in 2021 een handtekening onder het ‘Versnellingsakkoord stikstofemissiereductie’. Met daarin onder meer een fors lager emissiereductiedoel voor 2030 dan kort daarvoor was geadviseerd in het eerste commissie Remkesadvies ‘Niet Alles Kan Overal’ (40% emissiereductie in plaats van 50%). Winst voor LTO ! Ten tweede de acceptatie van de toen zwaar omstreden vergunningpraktijk intern en extern salderen, inclusief behoud van latente ruimte (later weer achterhaald door de Rendac-rechtspraak). Winst voor LTO ! En ten derde meegaan in het idee van een nieuwe drempelwaarde voor vergunningverlening, zonder dat daarbij ook concrete en geborgde emissiereductiemaatregelen voor veehouderij waren afgesproken. LTO sleept hiermee de drempelwaarde (die later politiek wordt omgekat naar de RKO, zie verderop) binnen zonder een concrete toezegging. Vereniging Natuurmonumenten gedroeg zich als een politiek uilskuiken. Zie hierover mijn twee artikelen uit 2021 Call-of-the-Wild-deel I en Call-of-the-Wild-deel II. Het contrast in politieke assertiviteit tussen beide organisaties is opmerkelijk. Saillant detail: de lobbyist die in 2021 bij Natuurmonumenten hiervoor verantwoordelijk is geweest stapt kort daarna over naar … de LTO.
IPO, de volgende prooi
In maart 2024 werd Koopmans dan LTO-voorzitter. Later dat jaar werd duidelijk dat de BBB in de regering zou komen. Een buitenkans! Het eerste wat hij deed was het dumpen van zijn oude politieke ‘vrienden’ (Natuurmonumenten enz.), op jacht naar meer.
Het IPO (het Interprovinciaal Overleg, een samenwerking van de provinciebesturen) werd de volgende prooi. Ook dit was weer goed gezien: in de meeste provinciebesturen domineert namelijk de BBB. Na vereniging Natuurmonumenten was nu het IPO aan de beurt. Resultaat: in de zomer van 2025 presenteerden zij samen met de nodige tamtam het document ‘Bouwstenen’. Zie ook mijn in oktober 2025 gepubliceerde artikel IPO-Illegaal-Provinciaal-Overleg?
Het meest dramatische punt uit deze LTO / IPO-Bouwstenen: een emissiereductiedoelstelling van 42-46% van de landbouwemissies in 2035, wat overeenkomt met een uitstel van minstens 5 jaar van de het nu geldende wettelijk reductiedoel. Een super overwinning voor LTO. Hiermee werd niet enkel het Remkes-advies ‘50% emissiereductie in 2030’ onder het tapijt geveegd maar ook de Greenpeace-uitspraak. Met die uitspraak van de rechtbank Den Haag was in januari 2025 nog geoordeeld dat niet mag worden afgeweken van het wettelijk doel van artikel 2.15a Omgevingswet. Met de IPO / LTO- Bouwstenen werd bovendien gebroken met de afspraak uit 2021 van LTO met hun toenmalige ‘vrienden’ Natuurmonumenten enz. over een emissiereductie van 40% ten opzichte in 2030.
Tweede punt van de ‘Bouwstenen’: inzetten op doelsturing. Lees: we verwachten gouden bergen van onzekere toekomstige milieutechniek, zodat de veestapelkrimp uit beeld verdwijnt. En het derde voornemen: zo spoedig mogelijk een rekenkundige ondergrens instellen. Een opstap naar enerzijds de legalisatie van de PAS-melders zonder compensatie, en anderzijds het ondergraven van de betrouwbaarheid van het aerius-rekenmodel. Voor verder lezen over de RKO, mijn artikel BBB-iedereen-illegaal-maakt-niemand-illegaal.
Het hele document hangt verder aan elkaar van bijna blind vertrouwen in de vrijwillige medewerking van veehouders. Zoiets als een vrijwillige maximumsnelheid voor BMW’s zonder snelheidmeter. Pas in 2035 zou worden bezien of wellicht toch strenger opgetreden zou moeten worden. Samengevat: LTO wint machtig veel tijd zonder iets te hebben ingeleverd. Scoren! Is het IPO een LTO-dependance geworden?
Inmiddels – we zijn in de zomer van 2025 aanbeland – was het kabinet-Schoof gevallen, en maakte de politiek zich op voor nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. LTO-voorzitter Koopmans had kennelijk nog genoeg vrienden bij het CDA, want hij kreeg de LTO-‘Bouwstenen’ opgenomen in het CDA-verkiezingsprogramma. Waarmee het CDA weer terugkeert in de bekende gedaante van politiek beschermheilige van landbouw en veehouderij.
En dan … is D66 aan de beurt
En jawel, LTO had opnieuw goed gegokt. Het CDA kwam in beeld als regeringspartij. Een beetje dreigen met ’tractoren op het Malieveld’ was voldoende om de ‘Bouwstenen’ integraal onderdeel te laten worden van het coalitie-akkoord. En er werd nóg meer uit het vuur gesleept. Als streefdoel (let op: ‘streven’ is niet bindend) wordt voor 2030 een reductie van 23 – 25% ten opzichte van 2019 genoemd. Ter herinnering: Remkes noemde 50% reductie voor 2030, en LTO had in 2021 nog 40% reductie voor 2030 geaccepteerd, toen het nog optrok met Natuurmonumenten. Een reductie van 23 – 25% in 2030 zal met het huidige beleid moeiteloos kunnen worden gehaald, zeker nu de mestderogatie definitief van de baan is. Zie PBL 2025, pag 82: ‘De uitstoot door de landbouw komt in 2030 naar verwachting uit op 90 [84 tot 96] kiloton; dit is een daling 19 [13-23] procent voor de periode 2022-2030.’ En: ‘Ingeschat wordt dat het vervallen van de derogatie zorgt voor een daling van 9 kton per jaar.‘
Verder omarmt het coaltie-akkoord doelsturing (voert een nieuwe vergunningsverleningssystematiek in, gebaseerd op doelvoorschriften), het schrappen van de KD-waarde (vervangen de kritische depositiewaarde zo snel als mogelijk is door een juridisch houdbaar alternatief) en de invoering rekenkundige ondergrens (zo snel mogelijk een juridisch houdbare, rekenkundige ondergrens ingevoerd).4
Het LTO heeft hiermee na Natuurmomenten, het IPO en het CDA nu ook D66 in zijn zak zitten. De reactie van Natuurmonumenten: ‘voorzichtig positief’, en ‘Het coalitieakkoord zet op de dossiers stikstof, water en natuur een goede richting neer’, aldus directeur Jeroen de Koe. Zie link. Natuurmonumenten nog altijd het politiek uilskuiken? Heel schattig, maar politiek met een pink opzij te duwen. En D66, die springt rond als een blije teckel. LTO kwispelt schijnheilig mee. Zie de LTO-verklaring van 30 januari 2026. Het coalitie-akkoord onderdeel stikstof: een zuiver product van politieke amnesie.
Maar, hiermee is LTO er nog niet. Dit zijn enkel nog woorden op papier. Het regeren moet nog beginnen. Die ‘Bouwstenen’ staan nu dan wel in het coalitie-akkoord, maar is het ook uitvoerbaar? Dat valt nog te bezien.
Verslechtering, additionaliteit, doelsturing en de Greenpeace-uitspraak
Het LTO heeft dit niet alleen gedaan. Omdat BBB-minister Wiersma het in de afgelopen achttien maanden nog vele malen bonter maakte, is een politiek landschap gecreëerd waarin LTO een redelijke alternatief lijkt. In de afgelopen 18 maanden werd het politieke werk van stikstofminister Christianne Van der Wal afgebroken, de beleidsscherven vlogen rond.
Ter herinnering, in vogelvlucht de Wiersma agenda in 4 punten. Ten eerste het schrappen van het paradepaardje van Van der Wal, het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ten tweede de aanval op de – democratisch besloten – wettelijk vastgelegde reductiedoelen van artikel 2.15a Omgevingswet: Als derde de KD-waarden als criterium voor vergunningverlening te ontmantelen, vergelijkbaar met het kapotslaan van de thermometer zodat geen koorts kan worden gemeten. Ten vierde het Aerius-rekenmodel in diskrediet brengen middels onderzoek naar de rekenkundig ondergrens. Intussen begrijpt bijna niemand meer wat hier gebeurt. Ook journalisten haken steeds meer af. Naarmate minder mensen het nog kunnen volgen heeft LTO meer vrij spel, en zo deze punten het coalitie-akkoord in weten te smokkelen.
BBB en LTO hebben nu dan wel stevige bressen geslagen in het fragiele stikstofbeleidswerk. Maar dit verandert niets aan het feit dat er een stevig Nederlands ecologisch probleem ligt. De stroperige vergunningverlening blijft bestaan zolang de stikstofemissies niet serieus afnemen. Het juridische probleem is het gevolg van het ecologische probleem, niet andersom. Dat brengt ons bij de realiteit. Die is ook in 4 punten te vatten: verslechtering van natuur, additionaliteit, onbewezen doelsturing en de Greenpeace-uitspraak. Een frontale botsing met het LTO-lijstje is onvermijdelijk. Realiteit versus politieke luchtkastelen.
Verslechtering N2000
Delen van stikstofgevoelige N2000-natuur gaan hard achteruit. Onder meer heide en bossen op arme zandgronden worden hard geraakt. Voor de habitatlijst die dit risico lopen, zie de B-ware Urgentielijst. Al decennia hebben die veel te hoge stikstofconcentraties te verstouwen, waardoor deze natuurwaarden in veel gevallen flink achteruitgaan, verslechteren. Veel te lang is te weinig gedaan. Nu geldt een juridisch harde eis dat op korte termijn actie moet worden ondernomen op grond van artikel 6 lid 2 Habitatrichtlijn, waar de Raad van State ook al uitspraken over heeft gedaan. Natuurherstelmaatregelen zijn in een aantal gevallen niet (meer) beschikbaar. Wat betekent dat de stikstofdeposities nu vlot serieus omlaag moeten. Met de 23-25% in 2030 van LTO gaan we er niet komen. Remkes noemde 50% emissiereductie in 2030. Zo lang verslechtering blijft optreden zal vergunningverlening in veel gevallen een probleem blijven.
Additionaliteit
De enige manier om de deposities fors omlaag te krijgen, is additionaliteit, oftewel het nemen van bronmaatregelen. Zie de Rendac-uitspraak van de Raad van State. Een noodzakelijke hefboom om in het vergunningtraject reducties te forceren. Met vrijwilligheid gaat dat niet lukken, zoals de aankomende coalitiepartijen nog altijd lijken te denken. Enkel in sprookjes verandert een kikker in een prins. Of een turbokoe in een bio-koe. Doelsturing – lees: emissie-eisen stellen aan bedrijven op basis van onzekere verwachtingen van milieu- en veevoertechniek – gaat niet volstaan. En zeker niet in de komende 4 jaar, aangezien essentiële informatie ontbreekt. Zie het volgende punt.
Doelsturing
Met doelsturing kunnen we hooguit een prachtig politiek luchtkasteel bouwen. We weten inmiddels donders goed dat milieutechniek niet volstaat om de noodzakelijke reductie te realiseren. Daarentegen weten we niet wat de werkelijke emissies van de veebedrijven zijn. Er zijn nooit nulmetingen op bedrijfsniveau uitgevoerd. Voor veebedrijven gelden geen emissieplafonds en emissiemeetplichten, dus de nulmetingen gaan er voorlopig ook niet komen. En nadat de rechter heeft moeten vaststellen dat de werking van emissiereducerende stalsystemen (de tovervloeren en luchtwassers) onbetrouwbaar zijn, zijn we helemaal in de aap gelogeerd. Juridisch bindende emissie-eisen stellen aan onbekende bedrijfsemissies, kortom doelsturing, reken daar voorlopig maar niet op.
Greenpeace-uitspraak
En dan hebben we natuurlijk nog de Greenpeace-uitspraak van 22 januari 2025. Daarin is bepaald dat in 2030 50% van de stikstofgevoelige N2000-gebieden onder de KD-waarde moet zijn gebracht, met voorrang voor de zeer stikstofgevoelige natuur. Een bevestiging van het hier vaker genoemde artikel 2.15a Omgevingswet. Dat gaat niet lukken met een emissiereductie van 23-25%. Daarmee staat het regeerakkoord haaks op wet en rechtspraak. Hallo D66, rechtsstaat? Als dansen op de rand van de vulkaan.
Een belangrijke stap naar een oplossing, op basis van vrijwilligheid (maar anders dan door LTO bedoeld)
Het is al lang vrij eenvoudig wat als eerste moet gebeuren. En dit wordt op deze site al jarenlang verkondigd. Schrap de productierechtenhandel (fosfaat- en dierrechten) in de veehouderij.
Al tientallen jaren neemt het aantal veebedrijven in Nederland af5 terwijl het veebestand vrijwel gelijk bleef6.


Dit kan gebeuren omdat de veerechten van stoppende bedrijven (pensioen, faillissement enz.) verhandelbaar zijn gemaakt. Als een veehouder stopt dan mag een buurman de productieruimte overnemen. Maar waarom eigenlijk? Als de veestapel op landelijk niveau zal moeten krimpen, en als we dat dan zo min mogelijk gedwongen willen doen, waarom dan niet als eerste de productieruimte van de stoppende boeren laten afvloeien en ook alle latente (onbenutte) productieruimte schrappen? Dit bespaart de belastingbetaler bovendien miljarden Euro’s aan uitkoopregelingen. Belangrijk detail: deze productierechten zijn in het verleden in de meeste gevallen gratis toegekend aan de veehouderijbedrijven. Deze maatregel bespaart de belastingbetaler miljarden Euro’s, het is ongedwongen, en het levert een zekere afname van de emissies op. En juridisch gedekt door jurisprudentie van de Hoge Raad. Zie de uitspraak van 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5493. Ter herinnering: de stikstofdepositie op N2000-gebieden is voor 75% een landbouw- c.q. veehouderijkwestie.
De veehouderijsector zal wel weer op zijn achterste benen gaan staan als deze maatregel eindelijk wel stevig op de agenda komt te staan. Maar ze hebben geen serieuze tegenargumenten. Enkel je tractor tonen is geen argument. Te vaak goudhaantjes die hun huid zo duur mogelijk proberen te verkopen. In Limburg gaat een stoppende varkenshouder met een uitkoopbedrag van ca. 50 miljoen Euro (!) lopen. Kassa! Maar ondertussen wel het geld van de belastingbetaler. Zie het NRC-artikel en FTM-artikel over de goudgerande uitkoopregelingen.
De echte vraag voor het komende politieke jaar: wie is de baas in dit land, de LTO of de regering?
- https://www.pbl.nl/publicaties/pbl-inbreng-aan-de-formatietafel-19-en-21-november-2025 ↩︎
- https://www.pbl.nl/system/files/document/2025-03/pbl-2025-emissieramingen-luchtverontreinigende-stoffen-2025-5494.pdf ↩︎
- De vaak genoemde emissiebijdrage van 46% met bijtelling van de buitenlandse emissies geven een zwaar vertekend beeld van het veehouderij-aandeel in de stikstofdeposities. De zaak draait uiteindelijk om de neerslag van de stikstof op natuur waar de Nederlandse overheid verantwoordelijk voor is. De Nederlandse regering heeft niet alleen niets te zeggen over de emissies uit het buitenland. Nederland exporteert bovendien 4 x meer emissies dan het ontvangt uit het buitenland. Zo lang we meer exporteren dan importeren kunnen we naar beter die buitenlandse emissies nog even buiten beschouwing laten. In dat geval geldt dat de landbouw / veehouderij een aandeel heeft van 62% in de stikstofemissies, met een aandeel heeft van 75% in de deposities op stikstofgevoelige N2000. Deze rekensom is afkomstig van het PBL en RIVM. ↩︎
- De oplettende lezer van het coalitie-akkoord zou kunnen zeggen dat er ook veel aandacht is voor natuurherstel in de paragraaf ‘Natuurbehoud en -herstel’. Dit zal ongetwijfeld ook de verdediging zijn van ver. Natuurmonumenten. Hierop zal dan moeten worden geantwoord dat natuurherstel als dweilen met de kraan open is zolang de deposities niet voldoende zijn afgenomen. Bovendien zijn natuurherstelmaatregelen bij langdurig hoge stikstofneerslag niet altijd mogelijk. Zie hfst 4 uit: https://www.wwf.nl/globalassets/afbeeldingen/nieuws/nieuws-2021/210408__rapport-stikstof-van-den-burg-et-al_.pdf. ↩︎
- https://agrimatie.nl/ThemaResultaat.aspx?subpubID=2232&themaID=2286&indicatorID=3049 ↩︎
- https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2021/hoeveel-landbouwdieren-telt-ons-land/ ↩︎